25 juni 2021 5:50

Nul gebonden

Wat is nulgebonden?

Zero-bound is een expansief monetair beleidsinstrument waarbij een centrale bank de korte rente zo nodig tot nul verlaagt om de economie te stimuleren. Een centrale bank die gedwongen wordt dit beleid te voeren, moet ook andere, vaak onconventionele stimuleringsmethoden volgen om de economie nieuw leven in te blazen.

Belangrijkste leerpunten

  • Zero-bound is een expansief monetair beleidsinstrument waarbij een centrale bank de korte rente zo nodig tot nul verlaagt om de economie te stimuleren.
  • Centrale banken zullen de rentetarieven manipuleren om een ​​stagnerende economie te stimuleren of een oververhitting te temperen.
  • De Grote Recessie dwong sommige internationale centrale banken om de grenzen van nulgrens onder het numerieke niveau te verleggen en negatieve rentetarieven in te voeren om groei en bestedingen te stimuleren.

Zero-Bound begrijpen

Nul-gebonden verwijst naar het laagste niveau waar de rentetarieven naar kunnen dalen, en logica dicteert dat nul dat niveau zou zijn. De belangrijkste pijl in de pijler van het monetair beleid van een centrale bank zijn rentetarieven. De bank zal de rentetarieven manipuleren om een ​​stagnerende economie te stimuleren of een oververhitting te temperen. Het is duidelijk dat er grenzen zijn, vooral aan de onderkant van het bereik.

De nulgrens is de ondergrens waarnaar tarieven kunnen worden verlaagd, maar niet verder. Wanneer dit niveau is bereikt en de economie nog steeds ondermaats presteert, kan de centrale bank geen stimulans meer geven via rentetarieven. Economen gebruiken de term liquiditeitsval om dit scenario te beschrijven.

Bij een liquiditeitsval worden vaak alternatieve procedures voor monetaire stimulering noodzakelijk. De conventionele wijsheid was dat rentetarieven niet naar negatief terrein konden gaan, wat betekent dat zodra de rentetarieven nul bereiken of bijna nul zijn, bijvoorbeeld 0,01%, het monetaire beleid moet worden gewijzigd om de economie te blijven stabiliseren of stimuleren.

Het meest bekende alternatieve instrument voor monetair beleid is wellicht kwantitatieve versoepeling (QE). Dit is waar een centrale bank zich bezighoudt met een grootschalig programma voor het kopen van activa, vaak met staatsobligaties en andere staatsobligaties. Dit zal niet alleen de korte rente laag houden, maar het zal ook de langere rente drukken, wat het aangaan van leningen verder stimuleert.

Negatieve tarieven

Sinds de Grote Recessie van 2008 en 2009 hebben sommige centrale banken de limieten van nulgrens onder het numerieke niveau verlegd en negatieve rentetarieven ingevoerd. Terwijl de wereldeconomie kelderde, verlaagden centrale banken de rente om de groei en de uitgaven te stimuleren. Omdat het herstel echter traag bleef, begonnen de centrale banken het onbekende terrein van de negatieve rente te betreden. 

Zweden was het eerste land dat dit grondgebied betrad, toen de Riksbank in 2009 de repo-rente verlaagde tot 0,25%, waardoor de depositorente op -0,25% kwam. Sindsdien volgden de Europese Centrale Bank (ECB), de Bank of Japan (BOJ) en een handvol anderen op een of ander moment dit voorbeeld. 

Er zijn gevallen waarin op normale tijden negatieve koersen zijn doorgevoerd. Zwitserland is zo’n voorbeeld;gedurende een groot deel van de jaren 2010 was het streefpercentage -0,75%, dat in 2021 werd verhoogd tot -0,50%. Japan had eveneens een negatief rentebeleid (NIRP) gevoerd, met een streefpercentage van -0,1%.

Voorbeeld van nulgebonden en negatieve rentetarieven in Zwitserland

De Zwitserse Nationale Bank (SNB) voert een negatief rentebeleid. Hoewel er andere voorbeelden zijn van negatieve rentetarieven, is het Zwitserse voorbeeld vrij uniek omdat het land ervoor kiest om de tarieven erg laag (en negatief) te houden om te voorkomen dat de valuta te sterk stijgt.



In het Zwitserse voorbeeld worden negatieve rentetarieven alleen toegepast op banktegoeden in Zwitserse frank boven een bepaalde drempel.

Zwitserland wordt gezien als een veilige haven, met een laag politiek en inflatierisico. Andere voorbeelden van negatief en nulgebonden rentebeleid zijn vaak het gevolg van economische onrust, waardoor renteverlagingen nodig zijn om de economie te stimuleren. De Zwitserse situatie past niet in dit scenario.

De SNB stelt dat ze de rente laag moet houden om te voorkomen dat de toch al relatief hoge valutawaarde nog hoger wordt. Een stijgende munt schaadt de Zwitserse exportsector. Daarom heeft de SNB een tweeledige aanpak gevolgd om de valuta te beheersen. De bank is actief betrokken bij interventies op de valutamarkt om de sterke Zwitserse frank te helpen beperken, en houdt ook de rentetarieven laag of negatief om sterke speculatieve aankopen van de frank te ontmoedigen.

In deze situatie zal de SNB uiteindelijk een nulgebonden strategie hanteren om terug te gaan naar 0% en hoger. Dat gebeurt echter pas als de centrale bank denkt dat ze de rente kan verhogen zonder een al te grote stijging van de valuta te veroorzaken.